Houd de kerk in uw midden!
   Wie zijn wij?
   Wat doen wij?
   Stappenplan
Adviseurs Kerkelijk Waardebeheer Themadag 9-10-2014 Themadag 9-10-2014

Stappenplan herbestemming kerkgebouwen – met toelichting

stappenplan van kerkelijk waardebeheer

klik op de afbeelding om deze te vergroten

TOELICHTING

Ga naar:

KOLOM: UW VRAAG

Ik zoek naar medegebruikers voor een gezonde exploitatie
Wij hebben teveel kerkgebouwen
Wij willen een kerkgebouw afstoten
Ik wil weten wat mijn kerk waard is

KOLOM: ONZE VRAAG

Is er een pastoraal-/inhoudelijk programma aanwezig?
Wat is  de aanleiding?

KOLOM: ONZE DIAGNOSE

Bij punt 1: Zoeken naar medegebruikers
Bij punt 2: Wij hebben teveel gebouwen
Bij punt 3: Wij willen een kerkgebouw afstoten
Bij punt 4: Ik wil weten wat mijn kerk waard is

KOLOM: UW BESLUIT

KOLOM: AAN DE SLAG

A: Contracteren medegebruikers en eventueel verbouwen
B en C: Verkopen, contracteren koper en notariële levering kerkgebouw

 

De tweezijdige brochure met het stappenplan Kerkelijk Waardebeheer

KOLOM:  UW VRAAG

 

1. Ik zoek naar medegebruikers voor een gezonde exploitatie

Bij een gezonde exploitatie kan een gebouw goed gebruikt en onderhouden worden, omdat de middelen daarvoor aanwezig zijn. Het gebouw ziet er goed uit en is eenvoudig voor allerlei activiteiten in te richten. Een deel van de kosten van exploitatie is variabel en afhankelijk van de activiteiten die plaatsvinden. Een ander deel is vast, en afhankelijk van het noodzakelijke onderhoud. Dit kan klein en groot onderhoud zijn.

In veel gevallen lukt het kerkelijke organisaties niet meer om het noodzakelijke onderhoud aan het gebouw te bekostigen en/of daarvoor middelen te reserveren. In die gevallen is sprake van een ongezonde exploitatie. Vaak wordt fors ingeteerd op het vermogen van de kerkelijke organisatie.

Om een gezonde exploitatie te bereiken kan men op zoek  gaan naar mensen en organisaties die bijdragen. Het gebouw wordt multifunctioneler. Niet elk kerkgebouw leent zich hiervoor. Medegebruik moet passend zijn bij de oorspronkelijke bestemming van een kerkgebouw. Door medegebruik kunnen aspecten als verzekering, belastingen en dergelijke wijzigen. Kerkelijk Waardebeheer kan hierin adviseren en berekenen hoe een reële exploitatie eruit ziet.

 

2. Wij hebben teveel kerkgebouwen

Kerkgebouwen die alleen voor vieringen worden gebruikt, zullen er altijd zijn en blijven. Het worden er wel steeds minder, want in het algemeen zijn er teveel kerkgebouwen. ‘Teveel’ betekent niet alleen dat te weinig mensen de vieringen bezoeken, het betekent ook en vooral dat ze niet meer te onderhouden zijn, omdat de middelen daarvoor ontbreken.

In de komende 15 tot 20 jaar zijn ruim 2.000 kerkgebouwen van RKK en PKN niet meer nodig voor samenkomst in de vorm van (zondagse) vieringen. Nog een deel van de overblijvende ongeveer 2.000 kerkgebouwen houdt hopelijk een kerkelijke bestemming voor vieringen, en voor andere activiteiten die de kerk – al dan niet samen met anderen – onderneemt. De algemene cijfers zijn moeilijk te vertalen naar de eigen situatie. Per kerkgenootschap, regio of plaats, leiden ze tot andere conclusies.

Overal waar kerkelijke organisaties slechts één kerkgebouw bezitten en beheren, valt de afstoting daarvan samen met het einde van deze geloofsgemeenschap. Dat is een onwenselijke situatie. Waar kerkelijke organisaties samen zijn gegaan en dus samen diverse kerkgebouwen bezitten en beheren, vallen keuzes te maken. In die gevallen kunnen geloofsgemeenschappen een nieuwe weg in slaan en zichzelf opnieuw uitvinden.

Kerkelijk Waardebeheer kan de objectieve bouwstenen aandragen op basis waarvan de kerkelijke organisatie verantwoorde keuzes kan maken.

 

3. Wij willen een kerkgebouw afstoten

Als de kerkelijke organisatie de keuze heeft gemaakt om een bepaald kerkgebouw af te stoten, rijst de vraag hoe dat het beste kan worden aangepakt: actief of passief.

Een passieve aanpak betekent dat men het gebouw te koop zet via een makelaar. Men wacht af wie er op het aanbod afkomt. Deze methode is gebruikelijk bij woningen. Bij kerkgebouwen kan dit in een enkel geval wel werken, namelijk als het kerkgebouw de oorspronkelijke bestemming houdt. Dat wil zeggen: het kerkgebouw blijft in gebruikt als kerkgebouw. Er zijn kerkgenootschappen op zoek zijn naar een kerkgebouw. Om deze kerkgenootschappen te vinden is een geschikt netwerk van belang. Op het moment dat men als eigenaar op zoek gaat naar zo’n kerkgenootschap is men van passief actief geworden.

Het actief zoeken van geschikte gegadigden is niet het werk van een makelaar. Zijn honorarium is daar ook niet op afgestemd. De makelaar krijgt doorgaans een percentage van de verkoopprijs. Omdat die bij kerkgebouwen nogal ongewis is, en soms zelf nihil, is het voor de makelaar bovendien niet erg aantrekkelijk om veel werkzaamheden te verrichten in het kader van verkoop. De makelaar die zelf direct of indirect betrokken raakt bij de verwerving van het kerkgebouw heeft teveel petten op en ontpopt zich als projectontwikkelaar.

Bij een actieve benadering gaat men als eigenaar zelf op zoek naar gegadigden. Omdat het om specifieke gebouwen gaat en dus ook om specifieke functies, is dit het werk van specialisten. Kerkelijk Waardebeheer heeft die specifieke kennis in huis en begeleidt kerkelijke eigenaren. Dat wil zeggen dat we geen gebouwen gunstig kopen en zelf een nieuwe bestemming geven. Kerkelijk Waardebeheer wil namelijk dat ook de materiële waarde van een gebouw bij de kerkelijke eigenaar blijft.

 

4. Ik wil weten wat mijn kerk waard is

Kerkgebouwen zijn vrijgesteld van onroerendezaakbelasting (ozb) zolang ze voor ten minste 70% worden gebruikt voor de eredienst. Kerkgebouwen worden dan ook niet getaxeerd in het kader van de WOZ. In het kader van verzekeringen wordt aan kerkgebouwen wel een waarde gehangen. Dit wordt dan door de verzekeraar gedaan, in het kader van de polis en de premie.

Het antwoord op de vraag naar de waarde van een kerkgebouw wordt bepaald door de bestemming die het kerkgebouw heeft of in de toekomst kan krijgen. Als het kerkgebouw in de toekomst wordt gebruikt als multifunctioneel cultuurcentrum hangt er een andere waardering aan dan wanneer het wordt gebruikt als gezondheidscentrum. Nog weer anders is het als het gebouw wordt afgebroken en ter plekke iets nieuws wordt gebouwd. In dat geval gaat het in feite om de grondwaarde plus de potentiële waarde van de nieuwe bestemming.

Kerkelijk Waardebeheer zal de vraag naar de waarde van een kerkgebouw dan ook altijd beantwoorden langs lijnen van verschillende scenario’s. Dat wil zeggen dat per gebouw wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn en wat dit betekent voor de waarde. Het is vervolgens aan het kerkbestuur om te bepalen voor welk scenario men gaat.

↑ naar boven

KOLOM: ONZE VRAAG

 

1e blok: Is er een pastoraal-/inhoudelijk programma aanwezig?

Voor Kerkelijk Waardebeheer is het teveel aan kerkgebouwen en het vinden van nieuwe bestemmingen primair geen vastgoedvraag maar een vraag naar de wijze waarop een bepaalde geloofsgemeenschap kerk wil zijn. Het is dus de vraag naar pastoraal- /inhoudelijk beleid. Dit beleid bepaalt uiteindelijk hoeveel kerkgebouwen men nodig heeft, en op welke wijze men die het beste kan gebruiken. Wij verdiepen ons dus eerst in uw situatie, waarbij we veel kennis en ervaring hebben in de manier waarop kerken tegenwoordig kerk (kunnen) zijn.

De boodschap van kerken verandert op zich niet, de wijze waarop de boodschap wordt gebracht doet dat wel. Dit is iets van alle tijden. In de tijd waarin wij leven is sprake van krimp en (vooral) van een andere manier van gelovig zijn en betrokken willen zijn bij kerken. In de PKN en in de RK Kerk wordt volop nagedacht over nieuw beleid, het verzetten van de bakens en innovatie. Dit leidt vooralsnog vooral tot herstructurering. Vaak ontstaat bij gelovigen het gevoel dat er vooral sprake is van krimp, achteruitgang en noodzakelijke bezuinigingen.

Een inspirerend voorbeeld van innovatie is Paus Franciscus. Inspirerend omdat hij terug gaat naar de kern van het Evangelie én omdat hij ingewikkelde zaken eenvoudig maakt, door voorbeelden die aanspreken. Niet lang vergaderen over dingen, maar ze doen. De Paus schetst een realistisch beeld. Niet alleen van de kerkelijke realiteit, ook van de maatschappij waarin gelovigen leven.

Er zijn weinig vanzelfsprekendheden meer als het gaat om kerk zijn en het organiseren van kerkelijke activiteiten. Gelukkig is er nog een liturgische kalender en kennen we de vaste feestdagen. Daar omheen en tussendoor liggen grote velden braak. Het gaat dan om aspecten van kerk zijn als de dienst aan de naaste en aan de samenleving, vormen van geloofsverdieping en -verbreiding, zingeving, gemeenschapsopbouw en dergelijke. Ook voor deze activiteiten zijn gebouwen nodig en ook deze gebouwen moeten exploitabel zijn, op een gezonde manier.

Kerkelijk Waardebeheer kent de kerkelijke organisaties goed en kan meedenken met het pastoraal- /inhoudelijk beleid, en dit koppelen aan de kerkgebouwen. Er is steeds sprake van scenario’s van keuzes, die de kerkelijke bestuurders maken. Kerkelijk Waardebeheer kan consequenties van keuzes doorrekenen, en dat niet voor een of twee jaar, maar langdurig.

 

2e blok: Wat is de aanleiding?

Als men de waarde van het kerkgebouw wil kennen dan heeft dit doorgaans een van de volgende redenen:

·       er is een potentiële koper en men wil weten wat een redelijke prijs is;

·       er is nog geen potentiële koper en men wil gevoel krijgen inzake de prijs.

Als er een potentiële koper is, zal die graag de prijs die hij wil betalen zelf bepalen. Omdat kerkgebouwen moeilijk te waarderen zijn is de vraag dan ook altijd: is dit een redelijke prijs? Kopers – of ze nou een ideëel of een commercieel doel hebben, hebben geen belang bij een hoge prijs. Verkopers kunnen met een lage prijs akkoord gaan, omdat ze gebouwen kwijt willen. Hoe hoger de nood in dit geval, hoe sneller een verkoper akkoord zal gaan met een lage prijs.

Kerkelijk Waardebeheer kan aan de kerkelijke organisatie voorrekenen of de prijs die een potentiële koper biedt redelijk is. Dit doen we gemotiveerd, dat wil zeggen dat we ook uitleggen waarom een bepaalde mogelijkheid al dan niet goed is voor de kerkelijke organisatie. Dit is namelijk niet alleen een kwestie van prijs, het is ook een kwestie van ‘de kleine lettertjes’.  Verkoop voor een redelijke prijs aan een partij die de afspraken vervolgens niet na kan komen, kent vaak een teleurstellend vervolg.

Als er nog geen potentiële koper is en men wil als eigenaar gevoel krijgen voor wat een redelijke prijs is, zal Kerkelijk Waardebeheer dit doen aan de hand van scenario’s, omdat de prijs afhankelijk is van de bestemming.

↑ naar boven

KOLOM: ONZE DIAGNOSE

 

Bij punt 1: zoeken naar medegebruikers

Medegebruik mag het kerkelijk gebruik niet in de weg zitten. Niet in letterlijke zin, dus geen medegebruik op momenten dat de kerk de ruimte zelf wil gebruiken en niet in figuurlijke zin, dus geen medegebruik dat niet past bij de oorspronkelijke functie van het kerkgebouw. Wat dit betekent zal per gebouw en per geloofsgemeenschap verschillend liggen.

Een belangrijk aspect van medegebruik is dat dit bijdraagt aan een gezonde exploitatie. Het is niet alleen goed dat een gebouw gebruikt wordt, en daardoor aan presentie en vitaliteit wint, het is ook van belang dat dit medegebruik bijdraagt aan de exploitatie. Dit kan op heel veel manieren en Kerkelijk Waardebeheer bekijkt per locatie en met de geloofsgemeenschap ter plekke wat daar een goede manier zou kunnen zijn.

Aan medegebruik kan op veel manieren vorm worden gegeven. Zo kan men het gebouw overdragen aan een stichting, die het gebouw beheert, waarna de geloofsgemeenschap een van de gebruikers is. Dit is een vergaande vorm die door de Provinciale stichtingen voor Oude Kerken veel wordt ingezet. In die gevallen overigens alleen bij Rijksmonumentale gebouwen én de kerkelijke organisatie moet doorgaans een bruidsschat mee overdragen. Men kan echter ook zelf een stichting oprichten die het gebouw beheert.

Een andere vorm is het oprichten van een beheersstichting. Deze stichting heeft als taak het gebouw te beheren, de kerk blijft eigenaar van het gebouw. In dit geval is het belangrijk om goede afspraken te maken over taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.

Tot slot kan men ook denken aan een stichting die bijdraagt aan de exploitatie van het gebouw, bijvoorbeeld in de vorm van een zogenaamde vriendenstichting, of in de vorm van een activiteitenstichting.

Het oprichten van stichtingen als hier bedoeld is op zich een eenvoudige zaak. Ze duurzaam succesvol laten zijn, is ingewikkelder. Daarvoor is het niet alleen van belang dat het financiële plaatje er goed uit ziet, ook de afspraken die men met elkaar maakt kunnen succes brengen, of daaraan in de weg zitten. Kerkelijk Waardebeheer kan met de kerkelijke organisatie bekijken wat in de concrete situatie een goede vormgeving is.

 

Bij punt 2: Wij hebben teveel gebouwen

Het gebouwenvraagstuk hangt momenteel als een zwaard van Damocles boven veel kerkelijke organisaties. Ervaring leert dat een daadkrachtige aanpak meer kansen voor de toekomst van een geloofsgemeenschap biedt, dan het langzaam per locatie laten uitdoven van geloofsgemeenschappen, om daarna het gebouw af te stoten.

Het is beter om het heft in eigen hand te nemen en actief te werken aan een vitale geloofsgemeenschap. Daar horen de kerkgebouwen ook bij. Men kan geen goede keuzes maken over de herbestemming van kerkgebouwen, als men niet eerst zelf weet wat de mogelijkheden van die gebouwen zijn. Dit is niet alleen een vraagstuk van pastoraat en inhoudelijk programma, het is ook een vraagstuk van onderhoud, financiën, ruimtelijke ordening en de markt. Op dit terrein is Kerkelijk Waardebeheer uitstekend thuis, doordat we een groot netwerk hebben van mogelijke marktpartijen, die wellicht geïnteresseerd zijn in een bepaald gebouw. Dit kunnen lokale partijen zijn, of bovenlokale, soms zelfs  internationaal werkende partijen.

In het hoofdstuk ‘Onze aanpak’ staat omschreven welke werkzaamheden Kerkelijk Waardebeheer verricht.

Met een gebouwenstudie in de hand, kan de geloofsgemeenschap bekijken hoe men in de toekomst  het pastoraal-/ inhoudelijk programma wil gaan huisvesten. Voor Kerkelijk Waardebeheer speelt een duurzame exploitatie een belangrijke rol. Beslissingen moeten betaalbaar zijn en blijven, niet voor een of twee jaar, maar langdurig.

 

Bij punt 3: Wij willen een kerkgebouw afstoten

Een kerkelijke organisatie kan een bepaald kerkgebouw af willen stoten. Misschien als conclusie van een gebouwenstudie die door Kerkelijk Waardebeheer is gemaakt, misschien omdat het anderszins duidelijk is geworden dat dit specifieke gebouw zijn oorspronkelijke functie gaat verliezen.

Kerkelijk Waardebeheer zal een onderzoek starten naar mogelijke marktpartijen die het gebouw willen overnemen. We gaan dus actief op zoek.

In de praktijk komen we nogal eens kerkelijke bestuurders en adviseurs tegen die stellen dat er ‘met dit gebouw niets kan’. Dit is niet alleen een uitdaging voor Kerkelijk Waardebeheer, de vraag laat zich ook stellen wat men dan als alternatief ziet. Een gebouw dat langzaam in elkaar zakt? Dat kan niet de bedoeling zijn. Kerkelijk Waardebeheer laat u niet zitten met gebouwen waar niets mee zou kunnen. Sterker nog, we vinden vaak wel een oplossing, gewoon omdat het niet anders kan.

 

Bij punt 4:  Ik wil weten wat mijn kerk waard is

Om erachter te komen wat een bepaald kerkgebouw waard is, start Kerkelijk Waardebeheer met een onderzoek naar mogelijke marktpartijen die geïnteresseerd zijn in dit specifieke gebouw. Omdat we een groot netwerk hebben van mensen en organisaties die als afnemer of gebruiker van gebouwen een rol kunnen spelen, ieder met eigen specifieke wensen, weten we goed wat in welke omstandigheden kan werken.

In een enkel geval zal een kerkgebouw een negatieve waarde hebben. Dat wil zeggen dat het gebouw noch de grond een positief bedrag zal opbrengen bij afstoten of afbreken. Bijvoorbeeld als men het kerkgebouw met bruidsschat overdraagt aan een derde. Voor de kerkelijke organisatie is er financieel dan sprake van een negatief resultaat. Ditzelfde doet zich voor als de grond onder het gebouw na sloop minder waard is dan de kosten van sloop.

Kerkelijk Waardebeheer zal zich vanuit haar doelstelling optimaal inspannen om een negatieve waarde voor de kerkelijke organisatie te vermijden. Ook wanneer een negatieve waarde onvermijdelijk is, zal Kerkelijk Waardebeheer de kerkelijke organisatie terzijde staan in het proces van afstoting.

↑ naar boven

KOLOM: UW BESLUIT

 

Het uitgangspunt van Kerkelijk Waardebeheer is dat de kerkelijke organisatie beslist en de regie houdt over haar eigen kerkgebouwen. Dit vinden wij belangrijk omdat de gebouwen bijeen zijn gebracht door de geloofsgemeenschap en dat deze ook betrokken moet zijn bij het afscheid. Dit vergt een traject van zorgvuldige communicatie met, en van meedenken door, de gelovigen. Op die manier creëert men draagvlak voor besluiten.

We hebben het hier over processen die taai, moeizaam en langdurig zijn, gedomineerd door emotie. Voor kerkbestuurders is dit vaak ondankbaar werk, men ervaart het ook als ingewikkeld. Nogal eens wordt men persoonlijk aangekeken op noodzakelijke besluiten. Kerkelijk Waardebeheer ondersteunt deze processen door:

–        met de kerkelijke bestuurders mee te denken en te kijken wat nodig is;

–        het op tafel leggen van objectieve gegevens inzake gebouwen en financiën;

–        het aandragen van motivatie voor besluiten;

–        het daar waar gewenst inschakelen van procesbegeleiding;

–        te helpen bij het uitvoeren van door de kerk genomen besluiten.

Het is van belang om de geloofsgemeenschap in een vroeg stadium te betrekken bij het proces van kerksluiting. Alleen zo kan men meegroeien in de gedachtenontwikkeling en naar acceptatie van besluiten. Voorkomen moet worden dat kerkelijke organen die er ‘eindelijk’ uit zijn, besluiten meedelen aan de geloofsgemeenschap. Die zich overvallen voelt, het niet begrijpt en zich prompt verzet.

Transparant zijn over de feiten is dus cruciaal, het helpt mensen om te begrijpen waarom sommige dingen niet meer kunnen. Kerkbestuurders zijn soms bang dat de feiten en de cijfers niet begrepen zullen worden. Is de kerk niet rijk als ze een voorziening voor groot onderhoud heeft van 1.5 miljoen euro? Zijn de maatregelen dan wel nodig? Dit goed uitleggen is noodzakelijk. Kerkelijk Waardebeheer weet hoe dat kan.

Het is een illusie te denken dat men altijd alle gelovigen achter bepaalde besluiten krijgt. Dat neemt niet weg dat het belangrijk is om te streven naar een zo breed mogelijk draagvlak. Meer over het genereren van draagvlak: in het nieuwsarchief

Uiteindelijk worden besluiten genomen conform de kerkelijke regelingen die gelden. In de PKN gelden andere regels dan in de RKK. Kerkelijk Waardebeheer kent de regelingen en weet op welke momenten bepaalde zaken geregeld moeten worden, hoe lang processen duren en wie wanneer aan zet is.

Het aanpakken van het vraagstuk van het teveel aan kerkgebouwen vraagt kennis en deskundigheid, ervaring, lange adem en vasthoudendheid. In de praktijk blijkt dat het laten sudderen van dit vraagstuk meer negatieve gevolgen heeft dan een gestructureerde en heldere aanpak. Iedereen weet echt wel dat er ‘iets’ moet gebeuren, dus blijft het vraagstuk altijd als een donkere wolk boven de activiteiten van de kerk hangen. Als het wordt aangepakt ontstaat uiteindelijk ruimte om met elkaar aan de slag te gaan rondom inhoudelijke thema’s van de kerk.
↑ naar boven

KOLOM: AAN DE SLAG

 

Bij A: Contracteren medegebruikers en eventueel verbouwen

Medegebruik kan betekenen dat er aanpassingen nodig zijn aan het kerkgebouw. Daarnaast dienen er goede afspraken te worden gemaakt over medegebruik. Deze worden vastgelegd in een contract, waarbij het uiteraard van belang is dat dit contract in overeenstemming is met het kerkelijk en het Nederlands recht. Waar men dan op moet letten kan Kerkelijk Waardebeheer u vertellen.

Een verbouwing die voldoet aan zeer specifieke wensen van één toekomstige medegebruiker vraagt om andere contractuele afspraken dan verbouwingen die het gebouw in het algemeen geschikt maken voor veel potentiële medegebruiker. In het kader van een gezonde exploitatie dienen investeringen en de kosten van exploitatie te worden terug verdiend door opbrengsten uit het medegebruik. Het is dus van belang om een goede inschatting van investeringen, kosten en opbrengsten te maken én van de prijs die de medegebruiker dient te betalen en de periode gedurende welke ze het kerkgebouw willen gebruiken.

 

Bij B en C: Verkopen, contracteren koper en notariële levering kerkgebouw

Bij de verkoop van een kerkgebouw komt heel wat meer kijken dan bij de verkoop van een woning. Voor woningen worden min of meer standaard overeenkomsten gebruikt. Kerkgebouwen zijn bijzondere objecten, en daarom vragen ze ook bijzondere aandacht bij overdracht aan een derde. De verkopende partij ‘de kerkelijke eigenaar’ wil zeker weten dat alle rechten en verplichtingen die bij het gebouw horen overgaan op de nieuwe eigenaar. Daarnaast is het voor de verkopende partij belangrijk dat de in verband met verkoop gemaakte afspraken door de koper ook daadwerkelijk worden nagekomen.

Kerkelijk Waardebeheer wil zowel de materiële als de immateriële waarde van kerkgebouwen zoveel als mogelijk is bij de oorspronkelijke eigenaar laten. Dit betekent onder andere dat bij de verkoop van een gebouw geen onzekerheden meer moeten bestaan voor wat betreft de toekomstige bestemming van het gebouw. Onzekerheden vertalen zich contractueel in ontbindende voorwaarden en een lagere prijs. Praktisch betekent dit vaak dat gebouwen eindeloos lang leeg staan, terwijl onduidelijk is of, en zo ja op welke manier, de nieuwe eigenaar serieus werkt aan herbestemming.

Leegstand van kerkgebouwen komt helaas steeds vaker voor. Dit doet het gebouw, de omgeving en de eigenaar geen goed. Om die reden moet leegstand zoveel als mogelijk is voorkomen worden.  Eventueel kan naar tijdelijk gebruik of beheer worden omgezien. Ook daarin kan Kerkelijk Waardebeheer de kerkelijke eigenaar adviseren en ondersteunen.

Alvorens de notariële akte van levering van een kerkgebouw kan worden gepasseerd, dienen ook de interne kerkelijke procedures en formaliteiten correct te zijn afgesloten. De doorlooptijd hiervan verschilt per kerkelijke organisatie en is ook enigszins afhankelijk van het specifieke geval. Het is belangrijk om hier goed rekening mee te houden, zodat men als verkopende partij zijn verplichtingen jegens de koper nakomt.

↑ naar boven

Kerkenbeurs Breda 6 en 7 april

Gratis kaarten kerkenbeurs

Reacties uit de praktijk

‘Helder en concreet in de aanpak, met oog voor de kerkelijke situatie’

Lid werkgroep gebouwen PG Aalten

‘Fijn, dat jullie organisatie
de ‘stenen’ niet het
belangrijkste vindt’

Bestuur dekenaat Maastricht

‘Positief verrassende
uitkomst’

J. Bakker, voorzitter college van
kerkrentmeesters PG Wageningen

 

Nieuwsbrief
Meld u aan
 
 
Nieuwsarchief